Spelregels Straight Pool

Spelregels Straight pool

 

Doel van het spel

14.1 Continuous oftewel Straight Pool, is een ‘aankondigingspel’. Spelers moeten voor elke stoot de bal en zijn pocket aankondigen. Een speler scoort een punt voor iedere correct aangekondigde en in een geldige stoot gepotte bal. Hij mag verder spelen tot hij er niet langer in slaagt een aangekondigde bal geldig te potten of hij een foul maakt. Een speler kan de eerste 14 ballen potten, maar voor hij dan verder speelt door op de 15de (laatst op de tafel overblijvende) bal te spelen, moeten de 14 gepotte balen terug opgelegd worden met een vrije plaats op het voetpunt. De speler poogt dan de 15de bal te potten op een dusdanige wijze dat de opgelegde ballen uit mekaar gespeeld worden en hij zijn beurt verder kan zetten. De speler die als eerste het vooropgestelde puntenaantal bereikt (gewoonlijk 150 in grotere toernooien), wint het spel.

 

Het scoren

Elke geldig gepotte bal scoort 1 punt voor de speler aan beurt.

 

De openingsstoot

De openende speler moet ofwel:

en bal en de pocket waarin die gepot zal worden, aankondigen en daar ook in slagen;

de speelbal een genummerde bal laten raken en vervolgens de speelbal en minimaal twee genummerde ballen een band laten raken.

Voldoet men niet 1 van beide voorwaarden dan maakt men en ‘openingsfout’, die bestraft wordt met twee minpunten (die van de score afgetrokken worden).

Na een “openingsfout” heeft de tegenspeler bovendien de keuze om:

de positie te aanvaarden en zelf verder te spelen, of;

de ballen terug te laten opleggen en dezelfde speler opnieuw te laten openen.

De tegenstander blijft deze keuzes hebben zolang er niet geldig wordt geopend. “Openingsfouten” zijn geen fouls en tellen dus ook niet mee voor de “drie-foul-regel”.

Wordt bij de openingsstoot voldaan aan de hierboven genoemde eisen maar wordt de speelbal gepot, dan is dat een foul, die bestraft wordt met 1 minpunt en die wel meetelt voor de “drie-foul-regel”. De inkomende speler krijgt de bal in de hand achter de hoofdlijn met de genummerde ballen op de posities waar ze tot stilstand gekomen zijn.

 

Algemene spelregels

Zolang een speler op een legale wijze ballen pot, blijft hij aan de beurt. Een speler mag eender welke bal kiezen, maar dient weI steeds de gekozen bal en pocket aan te kondigen. Details zoals eventueel te raken banden, combinaties, en dergelijke meer (die alle geldig zijn) dienen niet vermeld te worden. Worden in een geldige stoot naast de aangekondigde bal in de aangekondigde pocket nog meerdere ballen gepot, dan krijgt de speler voor elk van die gepotte ballen 1 punt.

Bij alle stoten dient de speler de speelbal een genummerde bal laten raken en daarna ofwel:

een genummerde bal te potten, ofwel;

de speelbal of eender welke genummerde bal tegen een band te spelen.

Voldoet men daar niet aan, dan maakt men foul.

Ligt een genummerde bal minder dan 1 baldikte van de band zonder dat hij er vast tegenaan ligt (de scheidsrechter zal dit desnoods nameten), dan mag eenzelfde speler slechts twee opeenvolgende (geldige) safetystoten spelen op die bal met gebruik van alleen maar die band. Voor zijn volgende beurt beschouwt men die bal als vast tegen de band liggend en gelden de speciale bepalingen.

Opgelet: voor een speler wiens vorige stoot een foul was, wordt zulke bal de volgende beurt direct a]s vast tegen de band liggend beschouwd en hij moet dan ook dadelijk voldoen aan de voorschriften voor bal vast tegen de band. Datzelfde geldt voor een speler die de vorige twee stoten een foul maakte of die in de stoot direct na een safety-stoot op zulke bal (en met dus alleen die nabije band te gebruiken) een foul maakte; ook zij moeten dus meteen aan deze voorschriften voldoen. Doen ze dat niet, dan wordt hen een ‘derde opeenvolgende foul’ toegekend en wordt de overeenkomstige puntensanctie opgelegd te samen met de puntenaftrek van de voorgaande fouls (in totaal worden dus 17 minpunten geteld). De vijftien ballen worden dan opnieuw opgelegd en de speler die de fouls beging moet dan openen zoals bij de aanvang van het spel.

Wanneer de veertiende bal gepot is, wordt het spel tijdelijk stilgelegd. De speelbal en de overblijvende vijftiende bal blijven liggen op de plaats waar ze liggen, de veertien gepotte ballen worden terug opgelegd waarbij de plaats van de topbal (op het voetpunt) open blijft. De speler zet dan zijn beurt voort waarbij hij eender welke bal mag aanspelen (normaal gezien zal hij de vijftiende bal proberen te potten op een dusdanige wijze dat de speelbal het veld open speelt, om zo het verder zetten van zijn beurt te vergemakkelijken).

Omwille van redenen van defensieve aard mag een speler een safety-stoot aankondigen. Ze zijn geldig, zolang aan alle geldende regels voldaan wordt. Na een safety-stoot is de beurt van de speler over; eventueel in de safety-stoot gepotte ballen leveren geen punten op en worden terug gespot.

Een speler mag een bal, die in de richting van een pocket of de ‘driehoek’ loopt, niet vastnemen, aanraken, of op eender welke wijze beïnvloeden (het vastnemen van een bal die in een pocket rolt door zijn hand in de pocket te steken inbegrepen). Doet hij dat toch, dan maakt hij een zogenaamde ‘opzettelijke foul’ die bestraft wordt met zestien minpunten: 1 voor de foul en vijftien voor het opzettelijke karakter ervan. De inkomende speler mag kiezen:

de positie aanvaarden en zelf met de bal in de hand achter de hoofdlijn verder spelen, of;

de vijftien ballen opnieuw laten opleggen en de speler die de foul beging laten openen (met alle eisen voor een gewone openingsstoot).

 

Op het hoofdpunt betekent in de weg om een bal te spelen

Heeft een speler de bal in de hand achter de hoofdlijn (na het potten of uit de tafel spelen van de speelbal), en liggen alle overblijvende genummerde ballen in het hoofdveld, dan mag de speler vragen de genummerde bal die het dichtst bij de hoofdlijn ligt te spotten op het voetpunt Liggen twee of meer ballen even ver van de hoofdlijn, dan mag de speler kiezen welke van deze ballen hij eventueel wil laten spotten.

 

Ongeldig gepotte ballen

Ongeldig gepotte ballen worden zonder verdere sancties gespot.

Genummerde ballen uit de tafel spelen

De stoot is een foul en alle uit de tafel gespeelde ballen worden gespot nadat alle ballen tot stilstand gekomen zijn.

 

Speelbal potten of uit de tafel spelen

De inkomende speler krijgt de bal in de hand achter de hoofdlijn, tenzij de specifieke regels van toepassing zijn en andere keuzes of procedures voorschrijven.

 

Straffen voor fouls

Voor ieder foul wordt 1 punt afgetrokken. Opgelet: er zijn strengere straffen voor opzettelijke fouls en voor drie opeenvolgende fouls. De inkomende speler speelt verder vanuit de positie waarin de ballen tot stilstand gekomen zijn tenzij:

de foul een uit de tafel gespeelde of gepotte speelbal was;

het een vrijwillige foul was of;

het om een derde op eenvolgende foul ging.

Straffen voor opeenvolgende fouls

Een speler die een foul maakt, krijgt hij 1 (of in sommige gevallen meer) minpunt(en) aangetekend en er wordt aan de speler medegedeeld dat hij op 1 foul staat. Is zijn volgende stoot geldig dan wordt zijn foul uitgeveegd. Slaagt hij daar niet in, dan krijgt hij opnieuw 1 minpunt toegewezen en komt hij op twee fouls te staan. Slaagt hij bij zijn derde beurt aan de tafel nog niet, dan maakt hij zijn derde opeenvolgende foul waarvoor hij vijftien strafpunten krijgt. De ballen worden nu allemaal terug opgelegd en de foul en de speler moet openen volgens de daarvoor geldende regels.

Na een derde opeenvolgende foul komt een speler terug op nul fouls te staan.

Het dient benadrukt te worden dat opeenvolgende fouls in opeenvolgende stoten of pogingen aan de tafel dienen gemaakt te worden, niet enkel in opeenvolgende beurten aan tafel. Beeindigt een speler de 6de beurt bijvoorbeeld met een foul, en maakt bij zijn eerste stoot van zijn 7de beurt een foul, dan staat hij op twee fouls. Begint hij de 8ste beurt dan met een geldig gepotte bal waarna hij de speelbal pot bij zijn tweede stoot, heeft hij geen drie opeenvolgende fouls gemaakt. Door het geldig potten van een bal in zijn eerste stoot van de 8ste beurt, had hij zijn strafregister uitgeveegd. Hij begint de 9de beurt dus op 1 foul (die uit de 8e beurt).

 

Het scoren

Het toekennen van minpunten kan aanleiding geven tot een negatieve score. Tijdens het spel kan een score dus ‘min 1’, ‘min twee’, ‘min vijftien’ en dergelijke bedragen. (Een speler kan zo een spel winnen terwijl zijn tegenspeler enkel twee fouls heeft gemaakt; de eindscore bedraagt dan 150 tegen -2.) Als een speler foult tijdens een stoot waarin geen ballen werden gepot, dan wordt het minpunt van de score bij het einde van de vorige stoot afgetrokken. Pot een speler een bal bij dezelfde stoot als deze waarin hij foult, dan wordt de bal gespot (geen punten) en wordt het minpunt afgetrokken van de score bij zijn vorige stoot.

 

Bron: KNBB